door Wim van der Beek
Paul Perdieus. Luk van Soom. Koen Muller. Vandevelde. Zomaar vier na,men van bekende hedendaagse Belgische beeldhouwers die de actuele figuratieve trend onvoorwaardelijk verbonden hebbenmet een flinke dosis relativerende humor. Marije Visser zou bij hen in de leer geweest kunnen zijn. Haar objecten sluiten naadloos aan bij de figuratieve beeldhouwkunst die overigens niet alleen bij onze zuiderburen gedrenkt is in bevrijdende humor. Ook eigentijdse Nederlandse beeldhouwers als Piet van de Kar bedienen zich van beeldmiddelen die de toeschouwer met plezier op het verkeerde been zetten.
Eigenlijk is Marije Visser vormgever. Ze is dus niet gepokt en gemazeld in de autonome beeldhouwkunst. Ik galerie De andere Kant in Tonden blijkt dat geen enkel bezwaar te zijn. Zij kan zich moeiteloos meten van vakgenoten uit het circuit van de autonome beeldhouwkunst. De meeste affiniteit bestaat er met het werk van Koen Muller.
Sommige beelden van Visser (zoals haar papieren Staande man)lijken letterlijke zitaten uit diens heldencyclus, terwijl het beeld Stadsman (aardewerk) juist weer heel dicht aanleunt tegen het werk van Vandevelde.
MANNETJESMAKERIJ
Hoewel deze overeenkomsten wellicht anders doen vermoeden, kan vastgesteld worden dat de mannetjesmakerij van Visser fris en vindingrijk is.
Ze anticipeert frank en vrij op universele menselijke verlangens en gevoelens en relativeert die zonder er de draak mee te steken. Dat zou ze trouwens ook niet kunnen.
Daarvoor is ze te mild en te veel behept met een ongeneeslijke poetische inslag. Muurmannen, schaduwmannen, vogelijnen en gaten in de horizon onderstrepen de onverbeterlijke positieve instelling die doorklinkt in haar authentiek beeldendekunst.
Miriam Verbeek exposeert in Tonden sieraden die durf vragen van de drager. De vereiste lef heeft vooral te maken met de opvallende en vrij forse uitvoering van de sieraden. Viltcolliers, parelkettingen en schakelkettingen worden niet alleen bijzonder door het materiaalgebruik maar ook omdat ze zich bijna als kledingstukken gedragen. Zo zien de viltcolliers eruit als verlengstuk of 'bkroning' van de kleding die erbij gedragen wordt. Verwonderlijk is dat niet, want Verbeek geeft de voorkeur aan 'onedele' materialen (zoals vilt) die zich zeer nadrukkelijk manifesteren.